De nieuwe faciliteit van ESA is een combinatie van een chemie laboratorium voor groene voortstuwing en een motortestopstelling. Hiermee wordt invulling gegeven aan de groeiende behoefte aan veilige en toegankelijke testinfrastructuur en training voor voortstuwing. De faciliteit is specifiek bedoeld voor voortstuwingsystemen die worden toegepast in kleine satellieten en andere kleine ruimtevaartmissies, en heeft geen betrekking op bijvoorbeeld grote lanceerraketmotoren. De faciliteit biedt snelle testmogelijkheden in een veilige en gereguleerde omgeving.
Tijdens de kick-off zei Dietmar Pilz, Director of Technology, Engineering and Quality bij ESA: “Dit is de eerste chemische testfaciliteit die ESTEC specifiek voor dit doel heeft ontwikkeld en is nu beschikbaar voor bedrijven. Een van de grootste uitdagingen voor startups en kleinere bedrijven is het vinden van een eenvoudige en toegankelijke manier voor het gebruik van testinfrastructuur. Europe heeft behoefte aan dergelijke infrastructuur, waarmee innovatieve technologieën op efficiënte, betrouwbare en snelle manier kunnen worden ontwikkeld, gekwalificeerd en volwassen gemaakt. En, met de nodige snelheid.”
Martin Nagelsmit, NLR CTO: ” NLR is heel enthousiast over de samenwerking tussen ESA en NLR. Het Chemical Propulsion Laboratory is meer dan een faciliteit, het speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van Europa’s ruimtevaartambities, door MKB’s, scale-ups en institutionele partners te voorzien van de benodigde testinfrastructuur om hun innovaties te stimuleren.”
Snelle toegang tot testfaciliteiten is vooral belangrijk voor startups en early-stage technologie-ontwikkelaars, waardoor ze ontwerpen kunnen valideren en technologieën sneller kunnen ontwikkelen.


Op het eerste gezicht is de faciliteit opvallend bescheiden. Het laboratorium is gehuisvest in een hergebruikte zeecontainer op de locatie van NLR in Marknesse (Flevoland). Het laboratorium is een onderdeel van ESTEC, maar is gelegen op een andere locatie. Klanten blijven gebruikmaken van de diensten en expertise van ESA, inclusief de engineers, processen en erkende methoden. ESA onderhoudt al een Europees netwerk van gespecialiseerde laboratoria om de technische diensten en competenties te ondersteunen die worden geboden door de ESTEC-laboratoria en het ESTEC Test Centre. Het Chemical Propulsion Laboratory zal deel uitmaken van dat ecosysteem.
“De CPL is een volgende stap in het versterken van capaciteiten van ESA op het gebied van voortstuwing en vult het Electric Propulsion Laboratory van ESA aan. Samen versterken deze onze capaciteiten op het gebied van next-generation voortstuwings-technologieën”, vertelt Jamila Mansouri, hoofd van Propulsie, Aerothermodynamica en Flight Vehicles Engineering bij ESA. “Het biedt een unieke omgeving waarbinnen innovatieve aandrijfconcepten veilig getest, geëvalueerd en verder ontwikkeld kunnen worden voor toekomstige ruimtevaarttoepassingen.”
De locatie heeft tot doel om de ontwikkeling van bestaande en volgende generatie voortstuwingstechnologieën te stimuleren, waaronder chemische voortstuwingsoplossingen met een lagere-toxiciteit, als aanvulling op de Electric Propulsion testfaciliteit van ESA, waar eerder succesvolle tests hebben plaatsgevonden met water-electrolyse-aandrijving.
De eerste testcampagnes zijn reeds gestart. Deze vinden momenteel plaats onder atmosferische omstandigheden, met mogelijke toekomstige uitbreidingen zoals vacuüm-omstandigheden. Naast testactiviteiten zal de faciliteit ook trainingsmogelijkheden bieden voor toekomstige voortstuwings-specialisten.
“Dit is nu een bescheiden faciliteit, maar dat is heel bewust zo gedaan. Het is een eerste stap, zodat we kunnen meegroeien met de echte behoefte van onze gebruikers, waardoor het echt impact heeft,” zegt Mark Ford, Head of Chemical Propulsion bij ESA.

De CPL wordt beheerd via een samenwerking tussen ESA en NLR. Er is gekozen voor NLR Marknesse vanwege de reeds beschikbare erkende en geautoriseerde test-infrastructuur, die een optimale omgeving biedt voor he testen van voortstuwingssystemen.
Voor meer informatie kun je contact opnemen met Mark Ford van ESA

