ANWB laat medische drones veilig vliegen met NLR-systeem

6 minuten leestijd

ANWB liet afgelopen jaar tussen ziekenhuizen in Zwolle en Meppel een drone vliegen met medische producten. Om dat veilig te kunnen doen, gebruikt het FlightCatcher. Dat bij NLR ontwikkelde systeem toont al het vliegverkeer rond de dronecorridor én waarschuwt wanneer andere luchtvaartuigen door het gebied vliegen.

De meeste mensen kennen ANWB vooral van de Wegenwacht of van de traumahelikopters die te hulp schieten bij ernstige medische noodgevallen. Sinds vorig jaar laat ANWB als proef regelmatig een drone vliegen tussen de Isala-ziekenhuizen in Zwolle en Meppel. De drone vervoert bijvoorbeeld medicijnen, bloedmonsters of diagnostische samples.

Met het initiatief wil ANWB Medical Drones bijdragen aan toegankelijke en beschikbare zorg voor heel Nederland. Het uitgangspunt is dat een verbinding door de lucht nog sneller is dan vervoer over de weg. Een drone heeft nooit last van files. Voor Isala, een ziekenhuisorganisatie met vijf locaties, kan een betrouwbare droneverbinding een manier zijn om bepaalde ondersteunende diensten te centraliseren.

ANWB Medical Drones houdt zich al sinds 2019 bezig met drones. De verbinding tussen Zwolle en Meppel is vanaf september 2025 ingericht als proef. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een specifieke zone (zie de afbeelding verder op de pagina) vastgelegd waar de civiele luchtvaart tot een hoogte van 500 voet (ruim 150 meter) niet mag vliegen. Uitzonderingen worden gemaakt voor de politie, brandweer en traumahelikopters.

Bekijk hier wat ANWB Medical Drones doet.

De drone vliegt regelmatig tussen de twee locaties van Isala. Inmiddels zijn er zo’n achthonderd vluchten met de drone uitgevoerd, met bloedmonsters, insulinespuiten of medicijnen. “We waren vooraf geïnteresseerd in een aantal verschillende zaken”, vertelt Jonas Heller, lid van het droneteam van ANWB. “Blijft een bloedmonster goed, is wat we vervoeren bestand tegen trillingen. Maar ook heel praktische zaken, zoals past de lading wel en is die niet te zwaar voor de drone.”

Een dronevlucht wordt voorbereid door mensen van het ziekenhuis. Wanneer een drone de lucht in gaat, wordt hij gevolgd door een operator in het hoofdkantoor van ANWB in Den Haag. Uit eerder onderzoek is gebleken dat een dronepiloot ter plaatse niet nodig is. De drone vliegt in principe automatisch zijn route, de operator kan wel ingrijpen indien nodig, zegt Heller. “We kunnen de drone laten omkeren, of hem snel laten landen op een geschikte alternatieve landingslocatie. Is de nood hoger dan kunnen we de drone direct laten landen, maar dan heb je weinig controle over de landingsplek. En in het onwaarschijnlijke geval dat er echt iets misgaat, is er nog een parachute aan boord om de drone veilig op de grond te zetten.”


De drone die in het project wordt gebruikt, is een Eiger 3 van fabrikant RigiTech. De drone is 2,7 meter breed, weegt 18 kg en kan maximaal 3 kg vervoeren. Hij stijgt verticaal op, waarna hij overgaat in een horizontale vlucht. De drone vliegt op 100 meter hoogte met een snelheid van gemiddeld 100 kilometer per uur. Zijn maximale bereik, uitgaande van een volle batterij, is daarbij ongeveer 100 kilometer. De afstand tussen de twee ziekenhuizen is ongeveer twintig kilometer.


FlightCatcher

De operator bij ANWB heeft meerdere schermen voor zich. Een met de software van de dronefabrikant, en op een tweede scherm draait FlightCatcher, software die door het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum is ontwikkeld. Het FlightCatcher-programma toont alle vliegtuigen boven Nederland die daar op dat moment vliegen. De gegevens daarvoor zijn afkomstig van tracking-data van LVNL (Luchtverkeersleiding Nederland), partner in het droneproject met ANWB en Isala.

LVNL brengt in het project niet alleen expertise in maar wil ook leren van het project. “Het is een interessante use-case”, zegt Yorick van Amstel van LVNL. Gecoördineerd vliegen met drones – onbemande luchtvaartuigen – in een luchtruim waar ook bemande toestellen kunnen vliegen, is relatief nieuw. In de toekomst zullen er naar verwachting veel meer drones rondvliegen.

In Nederland is de regel dat de drone altijd ondergeschikt is aan het overige luchtverkeer, zegt Van Amstel. “Dat wil zeggen dat de drone altijd moet uitwijken. Als hij beyond visual line of sight vliegt heeft de drone dus ‘ogen’ nodig om uit te wijken voor bijvoorbeeld een luchtballon.” Dát is waar de behoefte aan een betrouwbaar waarschuwingssysteem, zoals FlightCatcher, vandaan komt.

FlightCatcher houdt het luchtruim in de omgeving van de drone in de gaten. Mocht er – onaangekondigd – een toestel van politie, Defensie of een traumahelikopter de corridor binnenvliegen, dan krijgt de ANWB-operator meteen een seintje. “Er zitten verschillende zones om de dronecorridor heen”, vertelt Johan Weggemans van NLR, die nauw betrokken was bij de ontwikkeling van FlightCatcher. De buitenste zone dient ervoor om een eerste vroege waarschuwing te geven wanneer er bijvoorbeeld een politiehelikopter aankomt. Elke keer wanneer deze een nieuwe kleinere zone binnenvliegt, wordt de waarschuwing dringender.

Over FlightCatcher

Tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld dat je kan opzoeken hoe ver een bepaalde vlucht gevorderd is, of welk vliegtuig zojuist over je hoofd vloog. Je hoeft alleen maar even een website te bezoeken zoals Flightradar24. Minder bekend is dat al in 2005 het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum voor het eerst een dergelijk systeem ontwikkelde, in opdracht van de Duitse luchtverkeersleiding DFS. Dankzij NLR was DFS de eerste binnen Europa om vliegverkeer op deze manier voor het publiek toegankelijk te maken (de service bestaat nog steeds!).

Bij het bouwen van de FlightCatcher-tool voor ANWB konden de makers gebruikmaken van eerder bij NLR ontwikkelde software, het Flight Track and Aircraft Noise Monitoring System, FANOMOS. FlightCatcher – een tool bedoeld voor zowel realtime visualisatie als alarmering – is simpel toegankelijk via een webbrowser, maar heeft niet alle mogelijkheden van FANOMOS.

Binnen het droneproject met ANWB leverde NLR begin 2026 FlightCatcher op. Sinds die tijd beschikt de drone-operator bij ANWB over een extra scherm om de speciaal aangewezen corridor tussen Zwolle en Meppel te monitoren. Op de beeldschermen oogt dat best eenvoudig, maar op de achtergrond gebeurt er van alles om de beschikbare data te bundelen. Neem bijvoorbeeld het weergeven van de locatie van de eigen ANWB-drone. Daarvoor wordt locatiedata van de drone continu verstuurd naar de NLR-server, waar FANOMOS op draait. Daar wordt de actuele baan van de drone gemaakt, die vervolgens in FlightCatcher wordt getoond. En natuurlijk de belangrijkste functie: het continu in de gaten houden of een ander luchtvaartuig in de buurt komt van het tijdelijk aan de ANWB toegewezen stuk luchtruim. Dat ziet er uiteindelijk simpel uit, maar er zijn veel stappen voor nodig.

Voor meer informatie over FlightCatcher: info@nlr.nl

Met de inzet van onder meer FlightCatcher van NLR kan ANWB veilig vliegen met zijn drone. “Het is vrij uniek dat wij standaard vliegen beyond visual line of sight, dus zonder dat de operator de drone ziet”, zegt Heller. “Maar dankzij de ondersteunende systemen wordt het eigenlijk vrij eenvoudig, zelfs een beetje saai voor de operator. Er gaat namelijk nagenoeg niets fout.” In al die achthonderd vluchten is er zelden iets gebeurd; het was maar een enkele keer nodig om handmatig in te grijpen.

Proefperiode verlengd

Begin september 2026 eindigt het eerste jaar van de pilot van ANWB, LVNL en NLR. Het ministerie van IenW heeft inmiddels aangegeven dat de proefperiode wordt verlengd tot medio 2027. De opgedane kennis en ervaring worden gebruikt voor vervolgstappen richting een landelijk dekkend medisch drone-netwerk. Daarmee kunnen zorginstellingen in heel Nederland in de toekomst gebruikmaken van een snelle, betrouwbare en veilige droneverbinding voor medische logistiek, zo verwacht ANWB.

Gerelateerde berichten

Ruimtevaarttechnologie

08 juli 2026

ESA's nieuwste Chemical Propulsion Lab nu operationeel bij NLR in Marknesse

3 juli 2026 - ESA heeft officieel de tests gestart van hun nieuwe Chemical Propulsion Laboratory (CPL) van ESA bij NLR in Marknesse. De CPL is de eerste faciliteit van ESA die speciaal ontwikkeld is voor het testen van kleine voortstuwingsystemen voor ruimtevaartmissies.

NLR corporate

02 juli 2026

NLR benoemt nieuwe divisiemanager Aerospace Systems

Het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) heeft Olivier den Ouden benoemd tot divisiemanager Aerospace Systems. In die hoedanigheid is hij ook lid van het directieteam van NLR. Hij is 1 juli gestart in deze functie. Den Ouden volgt Mark van Venrooij op.